Gewrichtsproblemen HD, ED en PL

 Heupdysplasie, elleboogdysplasie en patella luxatie zijn aandoeningen die – al dan niet gedeeltelijk – veroorzaakt worden door erfelijke factoren. Een hond krijgt last van zijn heupen, ellebogen of knieën doordat hij daar erfelijk mee belast is (hij heeft het van één van zijn – of beide – ouders), door invloeden van buitenaf en meestal een combinatie van allebei. Denk bij invloeden van buitenaf aan de voeding van de jonge hond of een trauma zoals uitglijden, vallen of aangereden worden. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat je hond te zwaar is of (op jonge leeftijd) lichamelijk te zwaar belast werd.

 

Voeding.
Tijdens de groei van het bot wordt steeds kraakbeen omgezet in bot: zowel in de groeischijf als bij de uiteinden van alle botten. Verbening van het kraakbeen kan verstoord worden door voedingsfouten. 

Met name teveel energie, teveel Calcium (kalk), een foutieve Calcium/Fosfor-verhouding en te veel of te weinig vitamine D kunnen deze verbening met grote gevolgen verstoren. 
Bekend is dat honden die "fout" gevoed worden beduidend meer lijden aan onder andere HD. Een hond die een "complete voeding" krijgt heeft geen behoefte meer aan extra vitaminen en mineralen. Vooral extra kalk en Vitamine D hebben juist een averechts effect op de skelet- en gewrichtsontwikkeling.
"Compleet" voer moet, wettelijk verplicht, de juiste hoeveelheden en verhoudingen van o.a. Calcium, Fosfor en Vitamine D bevatten. 
Te hard groeien en overgewicht beëinvloeden beiden het optreden van HD ten nadele.
       

                 
Röntgen foto's van een pup van 1 dag, 8 weken en 20 weken.
Dit is de ontwikkeling van de heupen.
Je ziet dat de heupen zich nog helemaal moeten ontwikkelen.

 

Door reuen en teven te controleren op deze ziektes voordat je er mee gaat fokken, kun je ervoor zorgen dat er steeds minder honden meer geboren worden met heupdysplasie, elleboogdysplasie of patella luxatie. Hieronder zetten we kort uiteen wat heupdysplasie, elleboogdysplasie en patella luxatie precies inhouden.

 

Let op: er is een verschil in de onderzoeken voor fokdieren en onderzoeken om te kijken of je hond de ziekte heeft. Als je wilt onderzoeken of je hond de ziekte heeft, neem dan altijd contact op met je dierenarts voor de beste manier van beoordelen en behandelen.

 

                                                   

Heupdysplasie is een aandoening die voorkomt bij veel hondenrassen.
Soms krijgen kleine honden heupdysplasie, maar meestal zijn het grote, snelgroeiende honden die heupdysplasie ontwikkelen . Een hond met heupdysplasie heeft last van zijn heupgewricht(en). Door een ontwikkelingsstoornis, misvorming of ongeluk past de kop van het heupgewricht niet (goed) meer in de heupkom en dat doet pijn. In sommige gevallen zie je alleen dat de hond wat moeilijk loopt of opstaat, maar bij ernstige heupdysplasie kan hij niet meer lopen van de pijn.

 

 Om erachter te komen of een hond daadwerkelijk heupdysplasie heeft, moet de dierenarts röntgenfoto’s maken. In gevallen van lichte heupdysplasie kunnen de klachten verminderen door pijnstillers te geven. Als dat niet helpt of als het heupgewricht na verloop van tijd ernstiger misvormd raakt, kun je overwegen de hond te laten opereren. Er zijn, afhankelijk van de ernst van de aandoening, verschillende operaties mogelijk variërend van het verwijderen van een spier in de lies tot een uiterst kostbare ingreep waarbij de hond een compleet nieuwe kunststof heup krijg

                                                                                                                                   
Heupdysplasie.

Een hond kan veel last hebben van HD, maar dat hoeft niet.

Aan de buitenkant kun je niet zien of een hond HD heeft, dus als je hond goed kan lopen, hoeft dat nog niet te zeggen dat zijn heupen perfect zijn.

Om echt te kunnen zien of je hond HD heeft, zijn (digitale) röntgenfoto’s van zijn heupen nodig.

In principe mag elke praktiserende dierenarts röntgenfoto’s of HD- ED foto’s maken. Wel moet hij een overeenkomst hebben met de Raad v. Beheer – G.G.W. Zodra zij de foto’s van de dierenarts ontvangen hebben, en de betaling, (Zie uitgelegd procedure- ED- HD) – gaat het door naar een panel van specialisten.

Het panel bestaat uit drie deskundigen die de röntgenfoto’s beoordelen. De samenstelling van het panel wisselt steeds. Uiteraard ontvang je van hen de uitslag van het onderzoek. Mocht het panel de foto’s niet kunnen beoordelen, dan laten zij je dierenarts weten wat er moet gebeuren. Ook nemen ze contact met je op. Je dierenarts maakt vervolgens een nieuwe afspraak met je om opnieuw foto's te maken.

 “De foto‘s van de Oudduitse Herder mogen gemaakt worden met 12 maanden.”

 

Beoordelen van de HD-foto’s.

Het panel kijkt bij het beoordelen van de foto’s naar de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.

Een indicatie voor de kwaliteit van de heupgewrichten is de zogenaamde "Norbergwaarde". Hoe hoger de Norbergwaarde, hoe dieper de kop van het bovenbeen in de kom van de heup zit. Als de kop diep in de kom zit, dan zit dat vaak goed stevig en is er minder kans op botwoekeringen en andere problemen. Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde vaak tussen de 30 en 40. Een hond met een lage Norbergwaarde heeft ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen en kan vaak niet meer de hoogste score (A) halen.

Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent helaas niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. De uiteindelijke HD-beoordeling is namelijk ook van andere aspecten afhankelijk, zoals de aansluiting van de gewrichtsdelen en eventuele botafwijkingen. Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte botafwijkingen (2) leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige botafwijkingen (3) leiden tot de beoordeling HD D.

Er kan ook sprake zijn van "vormveranderingen". Meestal gaat het dan om een afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling. Het kan zijn dat slechts één aspect de doorslag geeft, maar het kunnen ook meerdere factoren samen zijn die de beoordeling bepalen. Je kunt dit afleiden uit de informatie op het certificaat.

 

Uitslag van het HD-onderzoek.

Er zijn verschillende uitslagen mogelijk:

•   HD A (=negatief): je hond is op basis van de röntgenfoto vrij van HD;
                dit betekent niet dat je 
hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

•   HD B (=overgangsvorm): op de foto’s zijn kleine veranderingen zichtbaar
                die het gevolg zijn van heupdysplasie.

•   HD C (=licht positief) of HD D (=positief):
                je hond laat duidelijke veranderingen zien die passen in het ziektebeeld van HD.

•   HD E (=positief in optima forma): de heupgewrichten zijn ernstig misvormd.

Houd er rekening mee dat een HD-A uitslag niet betekent dat je hond nooit last zal krijgen van HD. Omgekeerd betekenen duidelijke misvormingen ook niet dat de hond er beslist last van zal krijgen. Het is wel verstandig om er op te letten dat je (de heupgewrichten van) je hond niet te zwaar belast, o.a. door ook te letten op het gewicht van de hond. In geval van twijfel kun je dit met je dierenarts bespreken. 

 

 

Bron: Raad v.Beheer
en Diverse.